FRIES EXOTISME

 

Nestgeur 33 [slot]

Voordracht gehouden in het kerkje van Blessum, even buiten Leeuwarden waar ik ooit werd geboren – bij de presentatie van Nestgeur, notities van een verdwaalde Fries [2013]
_______

Beine hat uns zwei gegeben,
Gott der Herr, um fortzustreben,
Wollte nicht, dass and der Scholle
Unsre Menschheit kleben solle.
Um ein Stillstandsknecht zu sein,
Gnügte uns ein einzges Bein.

Heine, Zur Teleologie

_________________________________________________

Graag wil ik U bij deze presentatie van mijn bundel even onderhouden met wat kanttekeningen die ik maar ‘Fries Exotisme’ heb gedoopt. Deze uitdrukking wordt in het volgende verduidelijkt.

In een grijs verleden – even grijs als mijn resterende haar intussen grauw is – emigreerden mijn ouders uit het Friese Noorden naar Hollands Westen. En ik met hen. Daarvóór al waren ze, toen ik een jaar oud was, vanuit Leeuwarden naar de stad Groningen vertrokken.

Zeg maar – stapsgewijs verraad…

Wellicht maakte deze – op zevenjarige leeftijd – geforceerde emigratie van mij een marginal man, een mens op de rand. Iemand, die danst op de contrasterende schijven van twee culturen, verscheurd door tweespalt en voortdurend opzoek naar een levenswijze die zijn scherven kan lijmen.

Een beetje, zoals de travestiet uit de fraaie Proveniershof in Haarlem. Gekleed in een lange jurk plus een bijpassend bloesje staat hij elke dag opnieuw met één been, soms slechts met een voet, buiten de poort van het hofje waarin hij woont.

Zijn andere been plant de manvrouw stevig op het vertrouwde erf – welhaast met het risico van een spagaat. Vaak ook houdt hij zich met gestrekte arm net even vast aan het poorthek. Een durfal.

Een marginaal mens wordt al gauw ‘een kruidje roer me niet’. Of een sjamaan, of een meedogenloos krijger.

Zijn lot ligt in handen der verscheurdheid. Op mijn dertiende vertaalde ik als gymnasiast eigener beweging een essay van Pascal – zonder er al te veel van te begrijpen. De leraar keek bij inlevering verbaasd op. Op schoolpleinen maakte ik gehakt van klasgenoten.

Wanneer er gasten waren, klonk thuis regelmatig het Fries in de oren. Die taal zou ik nooit leren. Uit sociaal idealisme lieten mijn ouders me verworden tot een Gronings straatschoffie. Bij aankomst in Leiden sprak ik hartverscheurend plat. Geen hond die me begreep.

Fries door geboorte en Gronings door een vroege jeugd, voelde ik me waar ik terecht kwam niet thuis.

Zoals Makine het in zijn Franse Testament beschreef: ‘Zij had haar Franse gevoeligheid doorgegeven aan mij, een Rus, en me er zo toe veroordeeld op een onaangename manier tussen twee werelden te moeten leven’.

Je kunt ook zeggen: in het Westen was ik niks – een non-entity, een lege zee tussen voor mij vreemde continenten. Schoolgenoten lieten niet na me dit in te peperen. Lang voelde ik de noodzaak me ‘in te moeten vechten’. Iets dat ik lange tijd met beide vuisten metterdaad deed.

Was mijn vader ‘eerste generatie’ marginal man, ik was ‘tweede generatie’. Misschien werd hij daarom wel een exotist – ik veeleer een culturele renegaat. Laat ik het uitleggen.

Exotisme is de lastig te omschrijven voorkeur voor het andere, het verre en het vreemde – uitdrukking van een verlangen anders te zijn dan degene die men is, zuiverder en fraaier.

Het woord komt van het Griekse ‘exootikos’ dat uitheems betekent. Voor negentiende-eeuwse Romantici was het een esthetische levenshouding. Ze zochten naar een onbekende, niet vertrouwde couleur locale, waarmee zij hun schilderijen en boeken konden larderen.

Kolonialen, die vanaf het begin van de 19e eeuw de nieuwe gebieden ter plaatse beheerden, hadden met die andere, vreemde wereld weinig op. Ze klaagden steen en been over incest, koppigheid en luiheid van de door hen overheerste volkeren.

Een onderofficier van de Britse marine berichtte over de bewoners van een Golfstaatje: ‘Wat betreft hun manieren – die hebben ze niet. Wat betreft hun gewoonten – die zijn zeer beestachtig’. Af en toe werd een wilde inboorling naar Europa verscheept en er, soms in een kooi, tentoongesteld.

Dit weerhield zogeheten ‘Romantische’ kunstenaars er niet van om een meer idyllisch exotisme te omarmen. Expliciet vierden ze het vreemde als extra mooi en als veel oorspronkelijker dan de eigen wereld. Kledij speelde een belangrijke rol.

Midden in Zwitserland liep Rousseau, een 18e-eeuwse voorloper van deze Romantici, rond in aan kaftan. De Romantische schilder Delacroix bereisde Marokko waar hij het betreurde hoe westerlingen zich ‘in korsetten snoeren, in te nauw schoeisel en in kokervormige kledij’.

Zulke 19e-eeuwse Romantische dichters en kunstenaars hadden weinig op met de fabrieken en spoorwegen die het eigen Europese landschap en hun steden destijds begonnen te vernielen. In 1844 schreef Wordsworth een gedicht waarin hij vaststelde dat ‘Engelse grond niet meer veilig is voor de snelle aanvallen’ van treinen.

Voilá! Zoveel over exotisme. De toehoorder kan zich voorstellen hoe een gedwongen emigrant – niet een reiziger uit esthetisch plezier, maar veeleer een soort balling die voor zijn werk de geboortegrond moet verlaten – na verloop van tijd het intussen voor hem vreemd geworden oude ‘vaderland’ extra aantrekkelijk gaat vinden. Zo iemand was mijn vader Fokke Sierksma – dit zelfs in toenemende mate. Hij leed aan omgekeerd exotisme.

Terwijl ik toen in Amerika woonde, schreef hij me tegen het eind van zijn leven sentimentele brieven over het Friese land en het helpen bevallen van koeien. Ik verweet hem ‘Friesisme’ en boerenmystiek – beide van het zuiverste Waddenwater.

Na zijn afdwalen van de bron werd hij in Holland meer Fries dan ooit hier ter plekke. Atheïst die hij was, leek hij toch op de malle gereformeerden in Hollandse kolonies in het Amerikaanse Michigan State. Daar zijn ze Roomser dan de Paus.

Als tweede generatie immigrant spiegelde ik dit curieuze exotisme. Het resultaat van deze beweging noem je een renegaat. Mijn vader omarmde alles wat mij in Friesland van de weeromstuit ging tegenstaan. Manhaftig probeerde ik een Westerling te worden. Omdat de nieuwe wereld daar niet bepaald prettig was, voelde ik me nergens thuis – ook niet in mijn vaderlijk huis.

Zo verdween ik in mezelf.

Bekenden wezen me op mijn scherpe tong. Toen ik later voor intellectueel ging spelen, lag mijn vaak harde kritiek op alles en nog wat in het verlengde van die thuisloosheid. Intussen is de blik milder, maar wellicht niet minder scherp.

Wat jaren geleden bezochten een bevriend kunsthistoricus en ik samen Leeuwarden.

We gingen de doeken bekijken van een ons onbekende Friese schilder – Bouke van der Sloot. Tijdens de heenreis maakten we kwinkslagen over Friese identiteit. De vrouw van de kunsthistoricus stamt ook uit deze streken.

Friezen zijn betrouwbaar en hechten aan eerlijkheid – opperde ik. Mijn reisgenoot vond ze vooral bot, heetgebakerd en af en toe sentimenteel – op een droge manier soms ironisch. Omdat we besloten dat zulke eigenschappen elkaar niet uitsluiten, trokken we de conclusie dat Friezen wellicht betrouwbaar, eerlijk, bot, heetgebakerd, droog ironisch en sentimenteel zijn.

Deze gedachtewisseling bereidde ons voor op de tentoonstelling van het werk van Bouke – volgens de catalogus ‘Schilder van Friesland’.

$_82

God zij dank ben ik kunstkenner noch kunsthistoricus, hooguit een liefhebber. Schaamteloos permitteer ik het me om precies te zeggen wat ik van kunst vind. ‘Wat een rommel’ fluisterde ik een beetje te hard. ‘Alleen die drie stillevens en twee duinschappen zijn niet slecht. De rest is bedonderd geschilderd’.

Een zaal verder stonden we oog in oog met enkele jongenskoppen – ‘stoer en hard, maar toch gevoelig’ had Reve kunnen schrijven. Op de achtergrond echt Fries ogende akkers en boerenhoeven. In de buurt hing een in mijn ogen gruwelijk geschilderd dorpje.

S_bouke_van_der_sloot

‘Wel erg veel Zeitgeist‘ mompelde ik. ‘Misschien geen Blut und Boden, maar toch minstens Boden‘. Het werk zou op een Duitse tentoonstelling van nicht entartete Kunst niet hebben misstaan. Merkwaardig genoeg werd het meest Arisch ogende doek in 1942 gesigneerd, dus tijdens de oorlog.

Toch was Van der Sloot ‘best wel goed’. In elk geval niet ‘fout’. Direct na de oorlog ging hij naar Keulen waar bij wijze van Widergutmachung het werk van Max Beckmann werd tentoongesteld. Bouke was een vloeker, iemand van ‘Godverdomme wat mooi, Jezus Christus wat prachtig’.

Tierend van opgewonden enthousiasme liep hij door zaal na zaal met Beckmanns. Toen hij een ruimte betrad waarin een ‘typisch Duits wijf’, zoals hij haar noemde, op knauwende wijze enkele kunstminnaars het werk stond uit te leggen, liep Bouke er langs, draaide zich om en riep met gestrekte arm Sieg Heil. De ‘Schilder van Friesland’ werd met harde hand uit het museum verwijderd.

Waarom ik Bouke erbij haalde? Om duidelijk te maken hoe onduidelijk alles is wat met ‘identiteit’ heeft te maken. Je bent deel van de tijd waarin je leeft, Bouke dus van de geschiedenis tussen de twee Wereldoorlogen. Dat zie je in zijn werk.

Tegelijk zijn er van die Zeitgeist tegenstrijdige versies. Je kunt rechts Blut und Boden zijn, maar ook een beetje links. Bouke mag weliswaar ‘links’ zijn, de betichting van moord richting immigranten door de Friese Vaatstra’s en consorten, na de dood van een familielid, vergeet je niet makkelijk.

Iemand die me niet kent, zal ongetwijfeld in mij iets van die Friese roots aantreffen, ook al herken ik die zelf niet en al staan ze me verre. Mijn renegatisme heeft ze zeker niet vernietigd.

U kunt zich nu voorstellen hoe bijzonder het voor mij was om – nadat Goasse Brouwer instemde met de publicatie van Nestgeur – het geheel in het Fries gestelde contract te ondertekenen, zonder daarvan veel te hebben begrepen. Wellicht schonk deze onnozele al zijn materiële en intellectuele eigendommen onwetend aan diens Utjouwerij…

Het was ook een schok voor mijn Hollandse vrienden om de uitnodiging voor deze middag te ontvangen, geheel gesteld in een voor hen onbegrijpelijk Fries.

*

Zoveel is zeker. Een marginaal mens observeert allicht beter dan iemand die met zijn zogeheten identiteit samenvalt.

Een marginaal mens wordt nooit een provinciaaltje. Juist dat is het risico van de thuisblijver.

Misschien slijpt deze marginaliteit wel de pen.

BEKIJK OOK MIJN DAGBLOG –sierksma.wordpress.com
Sierksma, Haarlem, Maart 2013

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats. He would not ind being a cat.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s