PRIMA Nestgeur 31

Het ruimen en reinigen van de kelder is de laatste klus voor mijn vertrek naar Frankrijk. Mijn zus en ik kwamen er de vorige keer niet aan toe. Dit keer doe ik het alleen. Haar morele steun moet ik vandaag missen, samen overtuigen we mama beter dan elk apart.

Haar kelder is zo’n ellendig diep gat, gelegen onder het steile trappenhuis van de bovenburen. Hoe verder je erin wilt, des te dieper moet je bukken – een biechtstoel voor heidenen. Dat mijn wankele moeder dit nooit meer doet verbaast niet.

Eerst komen de planken aan de beurt. Daar staan zeker vijftig al dan niet gevulde oude pindakaaspotten en oploskoffieflessen op vettige, krullende zeiltjes. Van de meeste is de schroefdop zichtbaar voorbij de houdbaarheidsdatum, het plastic uitgedroogd. Veel dekseltjes zijn craquelé of zelfs gescheurd.

Fles na pot leg ik ter keuring voor. ‘Waarom bewaar je toch al die lege dingen, mam?’ Schichtig kijkt ze om mij heen alsof zich daar, achter me, een goede reden verborgen houdt. ‘Waarom trouwens ook de gevulde?’ ga ik wreed verder. Sommige ervan zitten vol met tot steen verworden suiker of met iets zo onduidelijks, dat het de vraag is of het ooit wel voedsel was.

Mijn moeder – kind van de Grote Krach in het interbellum, de prototypische hamsteraar, altijd bang dat het geld op is, steeds benauwd dat de voorraad is uitgeput, altijd bevreesd dat we allemaal worden ontslagen. In Groningen lag er ook al van alles in stapels of het zat in potten en potjes. Later in Leiden potte ze geld. Hoewel er daarvan voldoende was voor een iets leuker leven, moest ik na het gymnasium thuis blijven wonen en van een habbekrats studeren.

Mijn vragen kan ze niet beantwoorden. Er is immers geen reden voor die voorraadwoede, mijn moeder valt ermee samen. Gelukkig heeft ook deze keer alle rotzooi weer een eigen overredingskracht. Na anderhalf uur zwoegen staat de gang vol flessen en potten, die ik later in plastic zakken mee naar Haarlem neem om er een hele glasbak mee te vullen.

Na de planken duik ik dieper de kelder in. Verstoken achter halfvergane dozen en verroeste voorraadbussen staat een arsenaal van intussen merendeels etiketloze flessen. Ze zijn gevuld met het grootste bocht dat een serieuze alcoholist zich maar kan wensen. Nadat mijn vader zich naar de andere wereld had gezopen, kwam het bij mijn moeder niet op om zijn liquide proviand te verwijderen. Een halve eeuw stond het daar onaangeroerd, onder meer een literfles 35% ‘prima’ alcohol waarvan ik het etiket meeneem.

DSCF3235

Zelf doet mijn moeder het tegenwoordig met droge sherry van een bedenkelijke kwaliteit. Daarvan sla ik per maand zo’n twintig literflessen voor haar in, aan drank in huize Sierksma geen gebrek. Je kunt nooit genoeg van iets in voorraad hebben, toch? Waarom ze geen café begint, vraag ik haar.

Zorgelijk kijkt ze toe. Dan open ik moeizaam vaderlijke fles na vaderlijke fles en kieper liter na liter van allerlei intussen merkwaardig verkleurde vloeistoffen de gootsteen in. ‘De zonden van mijn vader!’, roep ik over mijn schouder heen.

Na grondig doorspoelen geurt de keuken uren later nog steeds als een jeneverstokerij.

BEKIJK OOK MIJN DAGBLOG –sierksma.wordpress.com
Sierksma, 2013

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s