RUIMEN Nestgeur 30

RUIMEN

Enkele jaren geleden overwoog ik om de rommelkamer van mijn moeder te ruimen. Niet mijn moeder zelf, al zou ook dit een overweging waard zijn. Overplaatsing naar een tehuis waar voor haar wordt gezorgd lijkt immers zinvol. Ai, die onwil van onze genen om de eigen vergankelijkheid te accepteren!

Nu is het zover. Mijn zus en ik komen naar Leiden, zij van verre met de trein, ik van dichterbij met de auto. De voordeur open ik altijd met mijn eigen sleutel. Ook dit keer, want of mijn zus er al is weet ik niet. Mijn moeder heeft ‘nog goede oren – hoor!’, ze heeft dus ‘helemaal niet zo’n apparaatje nodig’. Zonder sleutel krijg je haar slechts per mobieltje aan de voordeur, de bel hoort ze niet, haar telefoontoestel nog net. Daarbij staat haar televisie onafgebroken zo loeihard aan, dat ook iemand met goede oren de deurbel zou missen.

Dit keer staat ze achter de deur op me te wachten, ik schrik me een ongeluk.

Na de koffie blijft het gas zonder vlam aanstaan. ‘Geen idee wie dat nu weer heeft gedaan!’ We kondigen het doel van het bezoek aan. De rommelkamer wordt uitgemest, de kelder wordt ontdaan van smerige stukken zeil op de planken – en nog zo veel meer. Daar komt niks van in, wat er in haar huis gebeurt bepaalt ze echt zelf wel!

In het rommelkamertje strijkt ze nog steeds haar wasgoed. Toen ik hiervan hoorde sloeg ik op tilt. De intussen vierennegentigjarige viel al een paar keer, compleet met bloedplassen op het tapijt en ambulances aan de deur. Zou zoiets haar tijdens het strijken overkomen, dan zie je het gloeiende ijzer al op de grond vallen.

De kleine ruimte is volgestouwd met versleten of niet meer werkende rotzooi. Zelfs ik, hoewel nog redelijk ter been en minder dik dan de moeder, kan me nauwelijks tussen de strijkplank en al die troep wringen. We overreden haar – ze mag buiten het kamertje op een stoel plaatsnemen. Met de deur open heeft ze vandaar goed zicht op ons doen en laten. Als een rechter oordeelt ze over de kwaliteit van het haar getoonde.

Morrend en mokkend worden we gadegeslagen. Elk geïnspecteerd bewijs van de vergankelijkheid der dingen is zo overstelpend dat het besef daagt, dat negen tiende van wat er allemaal ligt als grofvuil gaat verdwijnen. Bijvoorbeeld een door lekkage loodzwaar geworden pak schimmelende stoffen, spul dat ze lang geleden op de naaimachine omtoverde in voor mijn zus en mij schaamteverwekkende kleding. Met een overvolle auto rijden we driemaal naar de ‘milieustraat’.

Elke week doe ik voor haar boodschappen. Zeker één op de vijf keer moet er wc-papier worden ingeslagen. Waar ze het laat is een raadsel. Steeds krijg ik de instructie om een voordeelpak in te slaan. Dan opeens glijdt een oud gordijn van een hoge stapel troep die nog aan de beurt moest komen. Traag, als werd een kunstwerk onthuld, komt een flatgebouw wc-rollen tevoorschijn. Een tehuis kan er een jaar mee vooruit.

BEKIJK OOK MIJN DAGBLOG –sierksma.wordpress.com
Sierksma, 2013

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s