DE KOLENKIT Nestgeur 29

KIT

Wie vroeger vanuit Haarlem naar Amsterdam reisde, zag al van veraf aan de stadszoom een merkwaardig bouwsel staan – De Kolenkit, zoals de kerktoren in de volksmond wordt genoemd. Pront stond hij daar, zodra de dagen kortten werd hij aangelicht. Kwam je langs de trekvaart, je wist het meteen – de Grote Stad begint. In de loop der jaren raakte de kerk verscholen achter allerlei hem kleinerende hoogbouw.

De Kolenkit
De Kolenkit

Toen ik hem in een grijs verleden voor het eerst zag staan, herkende ik in die kerk direct een kolenkit. Een eigennaam was het, geen bijnaam.

De lange vingers van het verleden. In het nog kille donker schepte ik als jongen met een versleten, metalen versie van de Kolenkit in de zeer vroege ochtend antraciet uit ‘het hok’. In het begin van de winter eerst nog hele brokken, langzaam aan brokjes, ten slotte bleven vooral schilfers over en zelfs stof. Mijn moeder lukte het een winter lang de kachel brandende te houden, een toverkol die, na heftig sjorren aan het rooster, met een zwiepende krant elke morgen het heilige vuur weer uit de schijnbaar dode as liet herrijzen.

Was de antraciet bijna op, maar werd de bestelling van een nieuwe voorraad even uitgesteld, dan veroorzaakte het scheppen een steeds dichtere stofwolk. Een mijnwerker had er stoflongen aan overgehouden. Binnen hield je enkele seconden de adem in, vluchtte even hijgend naar buiten, om dan opnieuw de bovenaardse schacht in te gaan. In het winterseizoen de hel voor beginners.

Ooit veranderde de stook van kolenkachels een woonhuis in een grot vol spelonken. Eén daarvan raakte snel oververhit, in andere nissen vroor het soms flink, ijsbloemen stonden op de ruiten. De komst van de geurloze centrale verwarming maakte hieraan een eind. Of je moet op een wintermiddag vergeten om tijdig de radiator in de slaapkamer open te draaien. Wellicht onbewust op zoek naar mijn moeder en naar die kolengeur overkomt me dit wel eens.

De oude boerenhoeve van een kennis in de Franse Brenne beschikt over een bijzondere kachel, een ruim twee eeuwen oude broodoven waarvan de vloer plat en rond is, met een laag, ovaal dak en een middellijn van drie meter. Ze stookt daarin hout dat in de frisse buitenlucht is verzameld en daar tot grove blokken wordt verhakt. Van kolen heeft deze met eiken gul beboste streek geen weet.

De wulpse ovenmond opent zich in de grote woonkamer. In de kachel zelf zit geen schoorsteen, anders had men vroeger de temperatuur voor het broodbakken niet kunnen regelen. Een brede schacht tegen de binnenmuur zuigt de ovenrook de kamer in. Gestaag welft deze sierlijke, witte sluier door de kamer heen naar buiten, echt stinken doet het niet.

Uit mededogen voor niet-rokers smookt mijn gastvrouw haar sigaretten, zittend op een stoel vóór de oven. Rondom het blonde haar klimt de tabaksrook naar boven en mengt zich met de ovenslierten.

Zo gaat ze in rook op.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats. He would not ind being a cat.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s