ABSENT Nestgeur 21

Hotse was mijn allereerste jeugddood. Daarvan hoorde ik echter pas tijdens mijn voorbereiding van het eindexamen, mijn vader vertelde het me. Op een mooie lentedag in Leiden stierf het joch zestien jaar na dato. In februari gedenk ik hem. Wanneer je iemand niet hebt gekend is zoiets lastig. Vernoemd werd broertje Hotse naar onze Pake.

Bij de geboorte was hij al geestelijk gehandicapt, stierf daar in Groningen en verdween uit mijn leven. Het joch kreeg een longontsteking, mijn ouders haalden er geen dokter bij. Drie moet ik geweest zijn, ik herinner me er niets van. Hen kennende hebben ze hem niet voor me verstopt, ik was gewoon te jong om hem bewust mee te maken.

Al ver voor ik er die lentedag in Leiden van hoorde, bepaalde zijn dood mijn leven. Met hem stierf mijn moeder, voor mij althans verdween ze. Het ijzige besluit om niet in te grijpen verkilde haar hart, Hotse werd ons zwarte gat. Gezien foto’s en gehoord de verhalen van mijn vader en van hun vrienden was mijn mama ooit een wild en prachtig wijf. Tennis, dansen, jazz… Mooi bleef ze, na Hotse’s dood werd ze echter een verre, kille ouder met wie ik het een leven lang moest stellen.

Ook werd ze venijnig. Toen ik als student de brievenromans van Reve aanprees zei ze: ‘Die lees ik niet, die zijn niet goed, dat is een verschrikkelijke man!’ De schrijver leerde ze kennen in ons Groninger huis, tijdens de bijeenkomsten van de redactie van het tijdschrift Podium. Mama, riep ik, hoe kun je! Wat hebben zulke dingen nou met elkaar te maken?

xxx
Sjouk Sierksma en haar zoon – op zoek

In deze pitrietwieg ligt de pasgeboren Hotse. Waarnaar wij daaronder samen op zoek zijn blijft een raadsel. Het van schapenbond gemaakte dier op de tegelvloer was mijn onafscheidelijke Bonzo, een cadeau van Simon Vestdijk op wiens schoot ik heb mogen zitten zonder ooit een letter te hebben gelezen. Net als mijn moeder kwam hij uit Lahringen.

Had wellicht elke Casanova een verkilde moeder – probeert hij in al die vrouwen la mama te heroveren?

Die ijskoude dag in 1991 verdedigde ik mijn proefschrift. Direct na deze intellectuele doop reisde ik af naar Groningen, daar wilde ik het graf van broertje Hotse zoeken. Zoeken – niet bezoeken, ik had immers geen idee waar ik het kon vinden. Met mijn moeder durfde ik er nooit over te spreken, het enige taboe in mijn leven. Nog eens versterkt door de vroege dood van mijn vader duurde haar treurarbeid al zo lang, het kon gewoon niet. Dus moest ik in ver Groningen naar een grafje speuren.

Gemeentelijke kantoren bezocht, hypothesen geformuleerd, klein detectivewerk verricht. Gegeven het ongeloof van mijn ouders moest Hotse wel op een neutrale begraafplaats liggen. Daar toog ik heen. Geholpen door een opzichter bestudeerde ik zonder resultaat lange lijsten met namen. Of het graf werd geruimd, of het was er nooit. Ook een urn vond ik niet. In onze tuin in Haarlem liggen generaties beminde katten in onzichtbare graven.

Met een verkleumd hart reisde ik terug naar het eigen gezin, doordrongen van de overweging die me ons derde kind deed maken: de angst dat één van de andere twee voortijdig zou sterven. Er rust een vloek op, intussen zie ik deze dochter ook al niet meer.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s