AANGEKONDIGDE DOOD

Een vermaard boek van de Peruaan Marquez gaat over “een aangekondigde dood.” Is echter niet elke dood aangekondigd, ook al is dit voor een onzeker moment? Slechts een illusionist denkt eeuwig te leven.

Marquez had beter kunnen schrijven over Allemans aangekondigde dood. Wat natuurlijk niet wegneemt dat de ene dood nauwkeuriger wordt aangezegd dan de andere. Wie door een arts tot multipele sclerose of tot aids is veroordeeld, weet er meer van, dan wie in abstracto over sterfelijkheid gaat zitten piekeren.

Ook de vorm die de dood zal aannemen kan meer of minder helder worden aangekondigd. Vanmorgen, tien dagen voordat ik zestig hoop te worden, lag er een brief van het Leids Universitair Medisch Centrum in de bus. ‘Hoop te worden’ – mijn vader stierf ongeveer op mijn leeftijd en ik reken er nog steeds op om hem voor te gaan. De brief verkondigt de verhuizing van de Afdeling Anatomie. Wat moet een huisfilosoof van de Faculteit voor Architectuur hiermee, vraagt u zich allicht af.

Eén van de telefoonnummers in de brief is bedoeld voor “het aanmelden van overlijden.” Decennia geleden gaven mijn vrouw en ik ons op om, eenmaal dood, ons lichaam door Leidse dokterstudenten te laten versnijden. Dit leek ons, en dat lijkt ons nog steeds een uitstekende manier van recycling. Mijn keus is zeker beïnvloed door twee deskundigen – een schilder en een schrijver.

De anatomische les
De anatomische les

Rembrandts Anatomische Les maakte al vroeg grote indruk. Die geconcentreerde, klinische aandacht van de student voor een openliggende hersenpan, voor de uitgeholde buik van een vergrijsd lichaam. Dat preutse, doch esthetisch zo noodzakelijke, stralend witte laken over dijen en geslachtsdelen. Geen arts wordt een goede arts zonder die klinische blik en zijn vingers eerst in de dood te oefenen.

De schrijver heet Sade. Zijn filosofie sluit op brute wijze organische en anorganische natuur kort. Doodslag was voor hem eenvoudig “een transformatie van de materie.” Dit gaat me te ver, al te veel verschil tussen leven en niet-leven is er natuurlijk ook weer niet. Niet zó veel, dat ik wil doen alsof ik na mijn dood een beetje doorleef. Dat is de oplossing van gelovigen en ietsisten, die ‘ergens’ in ons of ‘ergens’ buiten ons een extraatje vooronderstellen, dat het ook uithoudt wanneer het lichaam ermee ophoudt.

Als oprecht atheïst – die overigens andermans geloof niet ter discussie stelt, mits die daar ook zijn mond over houdt – voel ik niets voor dit idee. Ik geloof in poezen. Wanneer hun leven erop zit, begraven we huilend hun lijkjes in de tuin. Toen ze nog leefden hield ik van hun ziel, deze beschouw ik als verdampt zodra het lijfje ermee stopt.

Zeer tot spijt van mijn vrouw, die soms ‘even niet moeilijk wil doen’ en wier ziel ik nog meer min dan die van mijn poezen, kan ik het maar niet laten om zelfs het meest vanzelfsprekende te ondervragen. Dus dacht ik na het lezen van mijn aangekondigde dood onmiddellijk aan mijn ogen en ingewanden. Ben ik dankzij deze anatomische regeling zonder omhaal ook orgaandonor geworden, of dient dit apart geschieden? Het blijft tobben.

BEKIJK OOK MIJN DAGBLOG –sierksma.wordpress.com

Sierksma Haarlem Zomer 2005

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats. He would not ind being a cat.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s