DREGGEN Nestgeur 20

Op de hoek van onze straat in Groningen zat een kleine tabakszaak. Iedere dag werd ik er ten minste één keer opuit gestuurd om voor mijn vader ‘rookwaren’ te halen. Lange tijd leek hij zich dood te zullen roken, uiteindelijk werd het een zich dood drinken.

De hoofdzonde van mijn jeugd was banaal. Met geld dat we met opgehaald oud papier verdienden, kocht ik samen met twee gereformeerde vriendjes – Pieter de slagerszoon en Frits, de zoon van de timmerman – een pakje Old Mac, het merk van mijn vader. Met een doosje lucifers. We rookten onze eerste sigaret op een kleine speelplaats in de Sledemennerstraat, een steeg die uitkwam op onze straat, bevolkt door hoeren en ander dubieus volk.

Eén trekje volstond, strontmisselijk werd ik ervan. Nooit weer zou ik roken. De vriendjes wel, tenslotte was ik van ons drieën, zonder het te weten, toen al de atheïst.

Verlengde Visserstraat De versmalling
Verlengde Visserstraat
De versmalling en de brug

Een avond, pas zes geworden, was ik al bijna het tabakswinkeltje binnengegaan, toen ik verderop een oploop zag op de brug die het daar vernauwde deel van onze straat met de binnenstad verbond. ‘s Avonds mocht ik niet voorbij die winkel.

Er was op de brug veel volk op de been, waaronder drie grote kerels in zwarte pakken met een grote zilveren helm op. Aan de overkant van het water kon ik vanaf mijn plaats nog net een enorme brandweerauto zien staan. Ik liep erheen.

Geen idee had ik van wat zich daar afspeelde. Twee vrouwen naast me hadden het over ‘dreggen’, het woord betekende niks. Toen gooide een brandweerman een vierpuntige haak over de rail en palmde het lange koord langzaam weer in. Een rare manier van vissen, dacht ik, ze vingen ook niets. Via de tabakswinkel rende ik terug naar huis.

Na de bekentenis van mijn transgressie vroeg ik aan mijn moeder wat ik had gezien. In de buurt van de brug was een meisje verdwenen, er werd naar gezocht. Daar en toen stierf mijn onschuld. Maandenlang kon ik de slaap niet vatten. Het beeld van een kind aan zo’n weerzinwekkende vierpunt raakte ik niet kwijt.

Deze heftige indruk werd versterkt door een ervaring eerder diezelfde dag. Opgejut door vriendjes probeerde ik via de beklimming van een regenpijp bij onze lokale hoer naar binnen te kijken. Zij dreef haar nering aan de overkant, niet al te ver van mijn vroegere kleuterschool.

Die dregdag – mijn nine eleven.

Lang tijd was ik ervan overtuigd dat het verdronken meisje en de dochter van de hoer iets met elkaar te maken hadden, met haar speelden we dagelijks. Van wat een hoer zoal bezighield had ik trouwens even weinig idee als van dreggen.

Eenmaal in Leiden stond ik opnieuw oog in oog met de Dood. In Groningen was ik het die door de Onzienlijke werd besprongen – dit keer, in mijn nieuwe stad, besloop ik Hem. Weer daagden vriendjes me uit. Of ik het ouden-van-dagen-tehuis aan de Rijnsburgerweg durfde binnensluipen, er lag iemand opgebaard.

Aldus werd ik doodsbang groot. Volwassen werd ik pas op mijn eenendertigste. Toen overleed mijn veel te jonge vader aan een cocktail van drank en darmkanker. Wegens onze bonje zocht ik hem ook in het ziekenhuis niet meer op. Wel bekeek ik later zijn lijk. Hij lag erbij als een jonge god. Sindsdien is doodsangst me volstrekt vreemd.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s