SPIKES Nestgeur 17

Aan het eind van de Mariënpoelstraat verdween je in de weilanden. Duidelijk werd dan waar dat ‘poel’ in de straatnaam vandaan kwam. Uitgestrekt drassig laagland, iets verder ‘het dijkje’ met daarop een kleine watermolen.

In deze straat leefde ik, ingeklemd tussen twee kampioenen.

Schuin tegenover ons, voor in de straat, woonde Jan V. met zijn gescheiden moeder die later van het enorme gebouw een hotel zou maken. Mijn moeder bleef na de dood van mijn vader in ons huis wonen, ze kijkt er nog steeds op uit. Jan, een flink stuk ouder dan ik, was mijn held, de honderd meter liep hij in luttele seconden. Dat hij wereldkampioen zou worden stond vast. De wufte hotelwereld en zijn dubieuze moeder speelden hem echter parten.

Jan was verantwoordelijk voor mijn jarenlange lidmaatschap van A. V. Holland, de atletiekvereniging met het stuitend oranje broekje. Nog steeds liggen mijn geheel vergane spikes ergens op onze Haarlemmer zolder. Lange wandelingen maken vind ik prettig, toen al had ik aan hardlopen op zowel korte als lange afstand een broertje dood. Goed was ik in hoogspringen. Tot een vrachtwagen over me heen reed, het middenvoetsbeentje versplinterde en me voorgoed aan de grond hield.

Zonder een ontwikkeld moreel knopje ben je op je zevende soms onwetend wreed. Wel is er op die leeftijd al dat vage besef van het vreemde, van het onaangepaste. Het is de periode waarin je leert wat moet en mag. Stuit je in die tere levensfase op zo’n afwijking, dan tast je de grenzen af – niet alleen de eigen limieten, vooral ook die van anderen.

Achter in de straat, op de valreep van de geordende wereld, leefde het tweede loopwonder, onze lokale Fanny Blankers-Koen. In de ogen van een achtjarige was ze oeroud, achteraf bezien was ze zeker bejaard. De vrouw had veel weg van een spichtige heks met verward zilverachtig haar. Ze droeg steeds een rare flodderjurk en had een springerige oogopslag.

Hadden we niets beters om het lijf, dan trokken we daar belletje. Met wat geduld en na een interval van een week of wat voltrok zich dan dit theater. De voordeur ging open, ze keek die klieren bij haar tuinhekje even verbeten in de ogen, trok zich in het halletje terug om direct daarop met haar sportuitrusting naar buiten te komen – twee gympjes en een sjaal die ze met een wuft gebaar om de hals drapeerde.

Zittend op de drempel, haar ondergoed zichtbaar, deed ze in alle rust haar schoenen uit en trok de gympen aan. Dan stond ze op, ging weer langzaam door de knieën en nam de starthouding aan van een sprintster. In slow motion deed een denkbeeldig startschot haar vertrekken. Joelend renden we een bewoonde wereld uit, de chaos binnen.

Van die start kon Jan V. iets leren. Tot een race tussen beiden kwam het nooit.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s