INDIANENVERHAAL Nestgeur 14

Met een zweem van ironie moet mijn vader Tristes tropiques hebben gelezen. Als vakman zag hij weliswaar weinig in de structuralistische aanpak van collega-antropoloog Lévi-Strauss, op een wrange manier herkende hij zich toch in diens openingszin: ‘Ik haat reizen en reizigers.’

Zelf verliet deze antropoloog-vader Nederland maar tweemaal. De eerste keer om naar een conferentie in ver Genève te gaan, ik was toen een peuter. De tweede maal, toen ik zeventien was, gingen we met het gezin voor een vakantie naar East Anglia. Zijn enige echte sprong in den vreemde bleef, na afronding van het Groningse proefschrift over Freud, Jung en de religie, de emigratie vanuit het noorden naar het westen. Met een atlas bij de hand bestudeerde hij vanuit zijn Leidse leunstoel daarna verre volkjes, verspreid over de globe.

Uit de Leidse universiteitsbibliotheek sleepte mijn moeder fietstassen vol boeken af en aan. Met zijn ‘lamme poot’ kwam hij nooit al te ver buiten dat studeervertrek. De in die boeken door anderen ‘in het veld’ verzamelde gegevens analyseerde hij, ze vormden het materiaal voor zijn eigen, vooral theoretische studies. Ivoren toren is het trefwoord.

De waarschuwing van Lévi-Strauss over triest geworden tropen heeft hem duidelijk gemaakt dat een zekere argwaan tegenover die antropologische feiten op zijn plaats was. Hoe binnen de vier muren van een Leids studeervertrek zulke informatie toetsen? Hij ontwikkelde een eigen perspectief dat weliswaar afweek van Lévi-Strauss, de ontdekker van verborgen structuren, maar dat zeker niet minder abstract was. Waar de Fransman de sleutel zocht in de rationele bovenkamer van zijn primitieven, daar ging mijn vader wroeten in hun seksuele onderbewuste.

Notities van mijn vader bij passages over structuren in Tristes tropiques en in de andere boeken van Lévi-Strauss suggereren zijn intense belangstelling voor abstracte interpretatie. Zo herlas hij andermans materiaal antropo-biologisch en kwam met de eigen analyse van primitieve verhoudingen een aardig eind op weg. Met die hobby ging hij ver, elke gast bij ons thuis werd al vrij snel na binnenkomst over zijn of haar grooming gedrag ondervraagd – hoe vaak en waar er precies aan elkaars haren werd gefrunnikt.

Met mijn vaders exemplaar in de hand volg ik het spoor terug – van mij naar hem. De zes jaren van onze breuk zijn intussen geworden tot een nooit meer te overbruggen kloof. Links van me houdt Sitting Bull op zijn foto de wacht.

Tatanka Yotanka - Hunkpapa Indiaan
Tatanka Yotanka – Hunkpapa Indiaan

Aan hem wijdde ik, als was hij mijn vader, de opdracht in mijn proefschrift.

‘Voor Tatanka Yotanka – Sitting Bull, opperhoofd van de Hunkpapa-stam, levend van 1834 tot 1890, onder wiens wijze en berustende blik wat volgt werd geschreven. Hij heeft geweten dat het einde voor de Indianen kwam en daarmee een einde aan de open vlakten zonder grenzen. Vanaf zijn dood kan men nog slechts nomade zijn in de bovenkamer.’

In de malle veronderstelling dat mijn toekomstige vrouw in vergelijking met mij onvoldoende opleiding had genoten, heeft deze vader haar slecht bejegend. Sindsdien zagen we elkaar niet meer terug. Zijn gedrag had geen pas, het was schokkend en belachelijk. De opleiding even daargelaten, steekt mijn vrouw me trouwens moeiteloos in haar zak.

Twee jaar daarvoor al knapte er iets. Toen ik hem vertelde van mijn voornemen om dienst te weigeren noemde hij me een lafaard. Dit verwijt sloeg me verslagen uit het veld. Mij leek en lijkt zo’n weigering nog steeds de voltooiing van de opvoeding door een vader die het Verzet vierde, maar zelf onmiskenbaar geen militarist was.

Onderwijl overleef ik hem nu al met zoveel jaren. Oud voel ik me. Dus verwierf ik het recht om af te zien van extremen, me thuis te voelen in het hier en nu, te turen naar muren en bloemen, wandelingetjes te maken en prachtige dingen te lezen zonder te vragen naar het nut ervan. Decennia later had ik het nog eens met hem willen uitpraten. Zoals de Uil van Minerva komt juist inzicht pas met het vallen van de avond – altijd te laat.

Met Dahlbergs grootse regel in gedachten moet ik oppassen om niet alsnog ‘souvenirs te gaan koken’:

‘Een volk dat niet weet hoe het behaaglijk brood moet bakken kan vast geen Pramnische wijn of liefdesverzen brouwen.’

Nog een beetje mooie taal brouwen, het lijkt me wel wat.

Mijn vaders potloodstreepjes in Tristes Tropiques mengen zich met de mijne. De grafietstift is even dun, wel zie je het verschil in signatuur. Ook streep ik wat vaker, een goede en een slechte gewoonte die hij me leerde.

Antropoloog worden lijkt ook niet mis, eentje met een alpinopet op. Of met een Baskische baret, het hoofddeksel waaraan ik intussen de voorkeur geef.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats. He would not ind being a cat.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s