BOLIDE Nestgeur 6

Gevieren op de foto – mijn vaders Pake, mijn Pake, mijn vader en baby Rypke.

DSCF4409

Viermanschap

Voorbestemd om boer te worden, begon Pake toch maar met een fietsenwinkel. Later dreef hij een autobedrijf. De eetkamer in Dokkum was het voorgeborchte van de Zaak, een woord dat net als ‘Verzet’ steeds een hoofdletter kreeg.

Onder de maaltijd hing hij met de stoelleuning achterover tegen de schoorsteenmantel, vork in de hand, de telefoonhaak in de nek. Het zwarte toestel ratelde voortdurend, snoeihard, als was het de sirene in een brandweerkazerne. Klanten konden hem alleen onder etenstijd bereiken, de rest van de dag was hij op pad in de provincie, mobiele telefoon bestond nog niet. Slechts twee dingen voorkwamen het opnemen van die telefoon – Pake’s gezwollen gebed en zijn licht haperende Bijbellezing. Een rinkelend continuo begeleidde de heilige woorden.

Een bezoek aan Dokkum betekende ronddolen in de voor een kleine jongen enorme spelonken van de garage. In het van olie- en benzinegeuren zwangere duister lagen, gestoken in zwartbesmeurde overalls, her en der monteurs onder of naast een opgevijzelde wagen. Bijgelicht door slechts een looplamp legden deze nazaten van Hefaistos de onderdelen van een gedemonteerde motor op een vette katoenen lap nauwkeurig in volgorde. Een vitrine zonder glas.

Zo kon de reparateur het ding in een raadselachtig tempo weer in elkaar sleutelen. Nu tegenwoordig een computer motoren doormeet, waarna hele modules worden vervangen, ziet een garage eruit als de steriele operatiekamer van een hospitaal.

Die ene zaterdag staat me helder voor de geest. Na aankomst nam Pake me direct mee de garage in. Voor de pas vijfjarige had hij door een monteur uit stalen frames een model van een raceauto op mijn maat laten maken – met echte luchtbanden, het bovendeel donkerrood geschilderd. Het woord was er nog niet, ik was high. Veel later ging ik als student in de uithoeken van de garage weer op zoek naar mijn bolide, ik vond die niet terug. Intussen is het hele gebouw met de grond gelijkgemaakt.

Pake liet wat later aan de Dokkumer Rondweg een tweede autozaak bouwen, ditmaal niet voor ‘luxe wagens’, maar voor tractoren en landbouwvoertuigen. Weer enkele jaren later kocht hij op kosten van de bank een derde bedrijf in Buitenpost. Na de vaandelvlucht van mijn afgestudeerde vader konden de twee ooms en Pake elk voor zich gaan boeren in de autobranche.

Krap vijftig, enkele weken na de nieuwe aankoop, richtte de vijfenvijftigjarige Pake zich naast mijn Beppe ’s nachts hoestend op en viel dood terug in de kussens. In het grote bed in ver Leiden huilden mijn vader en ik samen.

Noodgedwongen werd de derde garage met zwaar verlies van de hand gedaan, de ooms betaalden de rest van hun leven een enorme rente aan de bank. Veel te laat ging de Zaak over de kop, de twee gezinnen hadden het al die tijd zwaar. Met dezelfde onbuigzaamheid als tijdens de oorlog tegen de Moffen voerden ze al die jaren hun vergeefse strijd tegen het Kapitaal.

Geen zus was er meer die hen, door met een bankdirecteur te vrijen, uit deze ketenen kon bevrijden.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats. He would not ind being a cat.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s