VERZET Nestgeur 4

VERZET

Pake van vaders kant was een onderdeurtje. Mijn lengte kreeg ik misschien van Beppe, maar vooral toch via mijn moeder. Aan het zure christendom van mijn grootmoeder wist mijn vader godzijdank jong te ontsnappen. De in Dokkum achtergebleven ooms voedden de neven en nichtjes later artikelsgewijs op. Op zondag speelden ze niet buiten, binnen mochten de nichtjes niet handwerken. Ze bleven allemaal hun hele leven strak gereformeerd, of hun Friese kerk nu Hervormd heet of niet.

Niet alleen het gedrongen postuur, ook Pake’s mentaliteit deed denken aan De Dokwerker waarmee Amsterdam het verzet gedenkt. De Jodenvervolging zorgde ervoor dat in ver Friesland mijn ongelovige vader en deze vrome grootvader ‘in het Verzet’ gingen. Dat woord werd bij ons thuis steeds gesproken met een hoofdletter. Achteraf zou Pake tot grote ergernis van mijn linkse vader ‘God, Vaderland en Oranje’ als zijn hoofdmotief opvoeren.

Pake leek op Tatanka Yotanka, het opperhoofd van de Hunkpapa-Indianen – Sitting Bull, bij ons thuis een held. Een portret van de Chief siert al decennia mijn studeervertrek. Hij zag zichzelf als de belichaming van de Indiaanse opstand tegen de bezetter. Over die tegenstander sprak een ander opperhoofd, Grijze Uil, ooit wijze woorden: ‘De beloften van blanken staan op water geschreven.’

Een jaar voor de fatale slag bij Wounded Knee probeerde McLaughlin, een ambtenaar van The Indian Bureau, om tijdens onderhandelingen met Sitting Bull hem de mond te snoeren. De Chief schreeuwde terug: ‘Indianen, zei u – buiten mij is er geen Indiaan meer over!’ Pake Rypke, mijn naamgever, had hem kunnen waarderen.

Mijn tweede naam kreeg ik ook via het Verzet. Op 26 mei 1944 executeerde de Gestapo Johan Erich, de beste vriend van mijn vader. Hij werkte op het postkantoor en opende er ’s nachts Duitse postzakken om na lezing van hem onwelgevallige stukken deze in een open haard te verbranden. Hij werd gesnapt. Door hem werden veel door de Duitsers gezochte Friese verzetsstrijders op het nippertje gered. Op elke enveloppe met verjaardagsgeld schrijft mijn moeder steevast ‘Rypke Johan’, vaak noemt ze me ook zo.

Op pinksterzondag 1944 schreef mijn vader een nogal pathetisch vers. Veel verzetsliteratuur lijdt aan dit euvel. In het beste, toch nog gezwollen slotkwatrijn geeft hij mij al een opdracht mee – regels van vóór mijn geboorte, van voor de nestgeur.

Mijn zoon, die eenmaal naast mij staat,
Bewaar dit diep in je ziel:
Mijn vriend had de zwijgende trouw van een bloem,
Die bloeit waar de zaadkorrel viel.

Drie dagen geleden zocht ik in het ouderlijk huis tevergeefs naar de enig overgebleven foto van Oom Johan. Daarnaar zou ze nog eens zoeken, zei mijn moeder. Met haar concentratie is al zo lang iets mis, dit moet maar wachten tot later.

In 1941 werd de Jodenvervolging voor elke Nederlander zichtbaar. De Februaristaking markeert het moment waarop voor velen hier de oorlog pas echt begon. Pake en mijn vader ‘verdomden het’, een uitdrukking die elke vierde mei in ons huis rondzong.

Pake zou het nog ver schoppen, tegen het eind van de oorlog was hij een van de drie door de Duitsers gevangengenomen verzetsleiders die bij de vermaarde ‘Kraak van de Leeuwarder gevangenis’ op 8 december 1944 bevrijd hadden moeten worden.

media_l_258586[1]

De Leeuwarder gevangenis

Bij twee daarvan lukte het. Op de dag van dit huzarenstukje was mijn Pake echter al gevlogen. Niet uit de gevangenis ontsnapt, zoals ik als jongen graag wilde geloven – wel verdwenen. Veel later kwam de vermoedelijke waarheid aan het licht.

Behalve twee ooms was er in Dokkum nog een tante, een vrome vrouw die ik nooit bewust heb ontmoet. Zonder er met iemand over te praten, zo gaat het verhaal, zou ze enkele dagen voor ‘de kraak’ zijn afgereisd naar Leeuwarden, om daar met een hoge SD-officier het bed te delen. De volgende dag stond Pake op de stoep. Pijnlijk lang duurde het voor het Verzet hem weer vertrouwde.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s