GEURLOOS nestgeur 2

GEURLOOS

Pake van moeders kant en zijn zusters Doe en Trijn werden zeer jong al wees. Ook vroeg in zijn leven kreeg hij jeugdtuberculose, hij liet zich er nooit door intimideren. Al die jaren liep hij van een dorpje naar de dichtstbijzijnde stad, om er alle beschikbare scholen te doorlopen. Na de teloorgang van de universiteit in Franeker was het hoogst bereikbare in Friesland de Normaalschool, later De Kweek genoemd, nu vanzelfsprekend gezegend met de afkorting pabo.

In de komende decennia haalde Pake in de avonduren twintig jaar lang allerlei akten en werd ten slotte onderdirecteur van de Groninger Zeevaartschool. Hij gaf er wis- en natuurkunde, later ook astronomie. Had hij de intussen normale studieweg afgelegd, ongetwijfeld was hij hoogleraar geworden.

De man was onverstoorbaar, twee meter lang, mager, geniaal, Luthers – benevens vrijmetselaar. Op zijn bureau, in een kleine studeerkamer, lagen passers en stenen. Vanaf een boekenplank hing een schietlood – een soort wichelroede op zoek naar een waarheid. Met de jaren nam zijn lengte zienderogen af. Als adolescent nog keek ik letterlijk en figuurlijk tegen hem op. Langzaam kromde zijn rug, hij kwam op ooghoogte.

DSCF0693

Pake Hotse

In tegenstelling tot zwager Gerben was Pake geurloos. Hij leefde van wiskunde en cryptogrammen. De antieke filosoof Plato wist het al, mathematica en complexe woordspelletjes rieken niet. Een lieve, o zo serieuze man – nooit zag ik hem lachen. Veel later kreeg hij alsnog die oudemannetjesgeur.

Tot op hoge leeftijd wandelden wij samen rondom Groningen. Die hoge leeftijd verzin ik wellicht, mijn geheugen was ook toen al slecht. Daarvan getuigt Pake’s opmerking, na weer een wandeling langs bloemen en planten waarvan hij me voortdurend de namen noemde. Die vergat ik prompt. Wanneer hij ze dan herhaalde ‘wist’ ik het weer. Jongen, zei hij, jij hebt alleen maar oja-kennis!

Wij woonden in Groningen in hetzelfde stadscarré als Pake en Ama, de verbasterde naam die ik mijn Friese oma gaf. Zij kwamen uit Harlingen en bewoonden aan de Westersingel intussen op de vierde verdieping een flat, hun balkon zag uit op onze tuin. Ons 19e-eeuws huis was een lange pijpenla die eindigde in het groen. Vanuit ligstoelen keken mijn vader en ik ’s zomers naar aan de hemel zwierende zwaluwen, hij met zijn voeten op de grond, ik als een foetus opgerold op het zeildoek. Pake moet ons daar hebben gezien, met mijn vader kon hij het goed vinden.

Wanneer ik niet buiten speelde was ik vaker bij hen thuis dan bij ons. Hij kon op de bank in zijn studeervertrekje gaan liggen, aankondigen dat hij drie kwartier zou slapen, om dan uit zichzelf precies op tijd wekkerloos wakker te worden. Deed er niet toe waar of wanneer op de dag. De rust zelve was hij, mijn tegendeel.

DSCF4415

Pake’s stoel

Vaak zit ik in de leunstoel die ik van hem erfde. Nog steeds gebruik ik de 5e druk van zijn Kramers Algemeen Verklarend Woordenboek uit 1911. En zo vaak denk ik aan hem. Hij was wie ik had willen zijn en die ik nooit werd.

Zijn dood was de ironische apotheose van een leven. Net als zwager Gerben was hij geheelonthouder en lid van De Blauwe Knoop. Nimmer dronk hij een druppel. Behalve die jeugdtuberculose was hij nooit ziek. Op zijn zevenentachtigste was daar opeens die leverkanker. IJlings vertrokken naar Groningen zag ik hem saffraangeel sterven. Even rustig en zelfverzekerd als hij vroeger ging slapen, dit keer zonder een tijdstip van zijn ontwaken te noemen.

Zijn kalme dood was een storm. Met hem woei mijn nest uit de boom.

Bezoek ook het andere blog: sierksma.wordpress.com

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s