DEKSEL Fasen 2

DEKSEL

 

Porselein – dat was het woord dat hij telkens weer gebruikte wanneer hij over tijd sprak.

 

Mercier, Lea

 

Juli 2008 lees ik, en francais, Bergsons nogal dorre Le Rire en daarnaast, in dat goddelijke Vlaams van Maurice Gilliams, diens Journaal. Regelmatig beluister ik, in haar fraaie Engels, oude en nieuwe songs van Kate Bush. Le Rire hoort bij de voorlaatste eeuwwisseling. Gilliams’ notities zijn duidelijk ‘interbellum’. Kate’s liedjes rondden de twintigste eeuw af.

 

Zou iemand zijn wat hij leest en/of hoort? Wie of wat ben ik dan deze weken? Door de geëxplodeerde media overgeleverd aan het extremisme en aan de wisselvalligheden van De Tijd, raak ik geestelijk versnipperd. Star dust… Een wezen, dat ook nog eens is opgezadeld met een fragmenterend lijf. The way of all flesh.

 

Zwaarmoedig definieert Gilliams het begrip ‘Modern’ als ‘intellectuele bewustwording eener gedachte die aan het Ik zijn bestaansvorm schenkt’. Bergson lukt het maar niet om me aan het lachen te krijgen, wellicht is mijn Ik daarvoor al te illusoir. Een ironist zou zeggen dat het Ik illusoir lijkt, om het dan – glimlachlachend en middels ‘intellectuele bewustwording’ – alsnog een vorm aan te meten.

 

Kate Bush opent de oneindigheid door haar af te sluiten. Haar song π vertelt van de man die het niet kan laten om eindeloos te rekenen en alles met cijfers te benoemen:

 

Oh, he does, he does, he does,

He does love his numbers,

And they run, they run, they run him

In a great big circle

In a circle of infinity.

 

De illusie van de dwangneuroot – een gesloten, berekenbaar universum. Dewey zag het universum juist als ‘een vat, met het deksel open’. Gevangen in de eigen bekrompenheid zoekt de mens een uitgang – die er ook is. Hij zoekt niet altijd even goed.

 

Gilliams schrijft over een ‘naamloze, verboden werkelijkheid’ – als bestond zo iets buiten de tijd. Ik weet zo gauw niet wat ik op die manier zou kunnen benoemen, dus wordt het lastig om een ‘Modern Romanticus’ te zijn. Wanneer over een week of twee de kankerscanner in ver Holland mijn ingewanden digitaal leest, wanneer wat later een laser op de μ precies mijn nastaar zal verwijderen, hoe zou ik nog aan mijn eigen tijd ontsnappen?

 

Alle openingen van een vrouw staan me vrij, althans op video. Zo ook het doorwaden van elke bergkloof. Live zelfs. Mits de vrouw of die rivier het toestaat. Onbeschroomd zou ik de hemel bestormen – zo ik kon vliegen.

 

Wij Modernen waren te vrij. Precies daarom beseffen we hoe zeer de intussen nieuwe, postmoderne mens ondanks diens informatieve vrijheid aan de oneindige cirkel van zijn infomachinerie is geketend – als aan kunstmatige beademing. Wij – zeg maar wij verlate Modernen – we zijn bang voor die flitsvlugge apparatuur. Niet omdat we er niet mee zouden kunnen werken, wel omdat we hebben geleerd dat er tijdens onze bevrijding grenzen ontstonden.

 

En daar, in de diepte van een canyon, overviel me het verpletterende faseverschil tussen een vermoeid lichaam en de schier oneindige slijtvastheid van de hoog boven mij uit torenende rotsen die de hemel in leken te vliegen.

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s