HISTORIE Fasen 1

Niets wordt beoordeeld, niets gewogen; voor alles wordt geapplaudisseerd – met een enthousiasme dat al klaar stond voor er woorden waren.

De Goncourts, Dagboeken

Tegen Esther naast me zeg ik deze dinsdagmiddag: ‘Wat me verbaasde, was de hoeveelheid auto’s bij het bergmeertje’. Dit ligt niet ver achter ons, gelukkig dankzij een kleine heuvel vanaf onze plek onzichtbaar. ‘Nu snap ik het – het is zaterdag, dat zijn lokale dagjesmensen, aangevuld met toeristen uit het dal’. Esther: ‘Saturday night, man!

Prompt haal ik de nieuwe, mij door mijn moeder geschonken muziekmachine uit de binnenzak. Op het apparaatje, dat veel wegheeft van een chique sigarettenhouder voor geheelonthouders, staan intussen honderden plaatjes geregistreerd. Waar ook maar, steeds ben ik de koning te rijk. Tik, tak, tik – en begeleid door gitaarmeester Lademacher juicht Broods Saturday Night in mijn oren. Ik laat het Esther even horen.

FASEN2

Deels verborgen achter een oude, vaalgroene slagboom zweven de verre toppen op ooghoogte. De spijlen van het hek ogen als tralies en ontnemen je een deel van het magistrale uitzicht. De versperring bakent onze picknickplek af van het terrein waarop, tegen de helling en dus voor ons onzichtbaar, een huis moet staan.

Een paar jaar geleden zaten we hier ook al, toen niet in het gras naast het weggetje, maar erop. Twee foto’s had ik die dag willen maken, een van het hek toen dit even open stond, de ander nadat het weer was gesloten. Het ging te snel.

Een auto kwam het pad op om pas griezelig dichtbij te stoppen – alles inpakken, auto en picknickspullen aan de zijkant op het ongemakkelijk hellende gras gezet. Toen trok de chauffeuse op tot aan het hek, stapte uit en hief met beide handen de slagboom omhoog. Na een korte groet reed de onmiskenbare huiseigenares er onderdoor, stopte opnieuw en sloot het hek. De verheven bergrust keerde terug.

Nog geen half uur geleden namen mijn intussen soms licht trillende handen alsnog een foto van het gesloten hek. Broods Wild Romance is weer uitgezet. In mijn hoofd zoemt onverwacht het zinnetje Fϋr Juden verboten. Het lijkt opeens op een spoorwegovergang. Het bordje is vergaan, daarop zal gestaan hebben dat de toegang je ontzegd wordt.

Dat klop niet, deze veronderstelling – jaren later keer ik terug naar de picknick plaats en tref nu de volgende situatie aan. Op het nieuwe bordje staat wat er vast ook op het vergane schildje stond: Verboden te parkeren – hier komen voertuigen naar buiten.

DSCF1269

Terwijl ik het voorgaande noteer is Esther tussen mij en het hek gaan zitten. Zij werkt bij de Anne Frank Stichting en moet welhaast de oorzaak zijn van deze gruwelijke associatie. De pseudo-spoorboom deed de rest.

Ook vermoed ik in de coulissen van dit theater mijn verzetsvader. Over zijn urn heen regeert hij mijn leven nog steeds een beetje. Ook zitten we hier natuurlijk in dit Gallische land – die Fransen uit Vichy wisten er tussen ’40 en ’44 wel raad mee. Trouwens ook in bezet Parijs, even passeren beelden uit Monsieur Klein met Delon in de hoofdrol.

Überhaupt legt ‘vroeger’ de laatste tijd steeds vaker beslag op mijn waarneming. Het verzetsverleden van mijn vader, dat ik slechts van horen zeggen tot het mijne reken, speelt regelmatig mee. Kort geleden wachtte ik in Scheveningen met de auto voor een stoplicht. Enkele auto’s verderop las ik op een deels aan het zicht ontrokken kanariegeel bord:

TSERS, AFSTAPPEN

Prompt las ik ‘Duitsers, afstappen’. In de oorlog liet het Hollandse verzet Duitse spionnen ‘Scheveningen’ zeggen – om de moffen over de eigen tong te doen struikelen.

Zelfs ‘verkeerde’ Fransen en Duitsers vergaan, zoals ook het verbodsbordje aan dit hooggelegen hek in de Auvergne verwerd tot een onleesbare halve maan. Tijdens mijn overpeinzing is dezelfde vrouw van destijds ongemerkt vanuit de diepte opgedoken. Terwijl ik mijn pen neerleg gaat het hek weer omhoog – daar ligt Vrij Frankrijk, verheven in de verte.

Van ontzag vergeet ik de foto te maken.

Bevalt u dit blog, stuur het aan vrienden en kennissen
Bezaoek ook: sierksmatwee.wordpress.com

Advertisements

Author: rjsiersk

contact: rjsiersk@xs4all.nl Sierksma was born in Friesland, a 'county' in the northern part of the Netherlands with its own language which he does not speak and with an obstinate population to which he both belongs and does not belong. A retired Professor of Social Philosophy and Aesthetics, as a Harkness fellow he taught at Rutgers and Berkeley Universities in the USA, and at GUAmsterdam and TUDelft in the Netherlands. In 1991 he was awarded his PhD from Leiden University on the subject of 'Surveillance and Task: Labour Discipline between Utilitarianism and Pragmatism'. His books include Minima Memoria (1993), Lost View (2002 with Jan van Geest), and Litter Scent (2013). He has published poems and articles in Te Elfder Ure, Nynade, Oasis and the Architectural Annual. Half the year he lives in Haarlem, the other half he spends in la France Profonde, living ‘in his own words’ as the house out there was bought with the winnings from his essay Eternal Sin, written for the ECI Essay Prize (1993). In this blog, Sierksma's Sequences, written in English, he is peeping round his own and other people’s perspectives. Not easily satisfied with answers nor with questions, he turns his wry wit to a number of philosophical and historical issues. His aim in writing: to make parts of the world light up in his perspective - not my will, thine! Not being a thief, he has no cook, one wife, some children, one lover and three cats.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s